Terug naar het nieuwsoverzicht

Al je vragen over het leenstelsel op een rijtje

Het nieuwe leenstelsel roept veel vragen op bij aankomende studenten. Wat is het leenstelsel precies? Geldt het leenstelsel ook voor mij? Krijg ik nu een hogere studieschuld? Hoe moet ik dat ooit afbetalen? Heb ik nog recht op een OV-kaart? Hier vind je de antwoorden op al je vragen over het leenstelsel.

Wat is het leenstelsel?

Per 1 september 2015 krijgen we te maken met het leenstelsel in het hoger onderwijs. Dit leenstelsel vervangt de basisbeurs, waar huidige studenten nu nog recht op hebben. Met de invoering van het leenstelsel verdwijnt de maandelijkse bijdrage van de overheid, ook wel de studiefinanciering genoemd, die studenten nu nog krijgen om de kosten van hun studie te drukken. De invoering van het leenstelsel zal dus financiële gevolgen hebben voor aanstaande studenten. Zij zullen een groter deel van hun studiekosten zelf moeten betalen.

Geldt het nieuwe leenstelsel ook voor de huidige bachelor studenten?

Het nieuwe leenstelsel gaat in voor studenten die per 1 september met een nieuwe studie beginnen. Een master geldt ook als een nieuwe studie. Studenten die nu een bachelor opleiding volgen en die komend collegejaar aan een master beginnen krijgen dus ook te maken met het leenstelsel.

Krijgen studenten een OV-kaart?

Ja, de OV-kaart blijft bestaan. Iedere student krijgt zelfs een OV-kaart, dus ook minderjarige mbo’ers. Deze studenten hebben momenteel geen recht op een OV-kaart.

Gaat de gemiddelde studieschuld stijgen nu de basisbeurs is afgeschaft?

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) hebben hbo'ers momenteel een gemiddelde studieschuld van €12.300,-. Wo’ers hebben een gemiddelde studieschuld van €19.200,-. Met het afschaffen van de basisbeurs zal de gemiddelde studieschuld waarschijnlijk oplopen. Het CPB verwacht de komende jaren een stijging van €6.000,- tot €9.000,-. Het is alleen lastig te voorspellen hoe snel dit zal gaan. Wellicht zorgt het leenstelsel er wel voor dat studenten bewuster met hun geld omgaan. Zo kunnen ze naast hun studie meer gaan werken en/of houden ze hun uitgaven beter in de gaten. Er zullen ook studenten zijn die (meer) geld van hun ouders lenen of krijgen.

Hoe moeten studenten de studieschuld aflossen?

Er zijn regels opgesteld voor het aflossen van de studieschuld. Als je nu studeert, begin je twee na je afstuderen met aflossen. Per maand los je ongeveer 12 procent van je inkomen af. In het nieuwe leenstelsel hoeven afgestudeerden niet meer dan 4 procent van hun inkomen af te lossen. Daarnaast verschuift de aflossingsperiode van 15 jaar (basisbeurs) naar 35 jaar (leenstelsel). Na 35 jaar wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden. Door een langere aflossingsperiode zal het maandelijks af te lossen bedrag een stuk lager uitvallen.

Maar een langere aflossingsperiode zorgt toch ook voor een hogere studieschuld?

Over de lening zal rente betaald moeten worden. Dus hoe langer de aflossing duurt, hoe hoger het totale bedrag uitvalt. De rente, die berekend wordt door de overheid, is wel een stuk lager dan de rente op een reguliere lening.

Kan een hoge studieschuld later problemen geven bij een hypotheek aanvraag?

Nu geldt: hoe hoger de schuld, des te lager het maximale hypotheekbedrag. Het valt te verwachten dat het leenstelsel het moeilijker maakt om een huis te kopen. Toch is dit niet het geval: waarschijnlijk zullen banken een studieschuld minder zwaar mee laten tellen. De maandlasten vallen namelijk lager uit, nu de aflossingsperiode verruimd is van 15 naar 35 jaar.

Studenten gaan dus meer betalen voor hun studie, maar wat krijgen ze er voor terug?

Volgens de minister van onderwijskrijgen studenten door de invoering van het leenstelsel beter onderwijs. Het vrijgemaakte geld wordt namelijk grotendeels geïnvesteerd in het hoger onderwijs, en zal besteed worden aan docenten en aan onderzoek. De minister van onderwijs zal in de loop van 2015 haar plannen hierover bekend maken. Deze kwaliteitsverhoging van het onderwijs is natuurlijk niet van de ene op de andere dag zichtbaar. Vandaar dat de studenten, die per 1 september 2015 beginnen met studeren, recht hebben op een tegoedbon van €2000,-. De tegoedbon kan 5 tot 10 jaar na afstuderen gebruikt worden voor nascholing of bijscholing.

Gaan er door het leenstelsel minder jongeren studeren?

Hogelscholen en universiteiten kunnen uitgaan van een kleine terugloop in het aantal aanmeldingen. Volgens de minister van onderwijs hoeft dit overigens geen probleem te zijn. Nederland heeft, in vergelijking met andere landen in Europa, relatief veel hoogopgeleiden, die niet allemaal een baan op niveau kunnen vinden.

Wordt het onderwijs dan minder toegankelijk?

Volgens de minister van onderwijs is en blijft het hoger onderwijs toegankelijk voor iedereen. Er worden extra regelingen getroffen voor studenten die vertraging oplopen door een handicap of een ziekte. Het leenstelsel houdt ook rekening met studenten uit gezinnen met een laag inkomen. Deze studenten komen in aanmerking voor een hogere aanvullende beurs. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) verwacht dat het nieuwe leenstelsel wel zorgt voor minder doorstroom van mbo’ers naar het hbo. Uit onderzoek is gebleken dat 20% procent van de mbo’ers de financiële drempel te hoog vindt.

Gaan studenten nu sneller studeren?

Momenteel doen de gemiddelde wo-studenten viereneenhalf jaar over hun studie. De verwachting is dat de studenten door het nieuwe leenstelsel sneller gaan studeren.

Gaan studenten nu bewuster kiezen voor een studie?

De verwachting is dat het nieuwe leenstelsel bijdraagt aan een bewustere studiekeuze. Dat is een gunstig; de tussentijdse uitval bij studenten is nog altijd hoog. Ook zullen ouders en mentoren waarschijnlijk meer betrokken worden bij de studiekeuze van scholieren.

afbeelding bericht

Overig nieuws