Terug naar het overzicht
Dit zijn je opties na het vmbo
Vmbo bijna uitgespeeld? Dan komt een belangrijke keuze steeds dichterbij: ga je door naar het mbo of stap je over naar de havo? Voor veel vmbo’ers voelt die overstap als een grote stap. Zo ook voor Kim van Velden (22). Zij stroomde na het vmbo door naar het mbo en volgt inmiddels een hbo-opleiding aan Hogeschool Leiden. Maar de overgang van de middelbare school naar het mbo herinnert ze zich nog goed.
"In mijn eindexamenjaar werd ik steeds zenuwachtiger," vertelt Kim. "In januari waren de open dagen voor het mbo en vóór 1 april moest je je inschrijven. Ik kreeg stress, omdat ik nu echt een besluit moest nemen. Wat vind ik leuk en wat wil ik later doen?"
Na het vmbo heb je verschillende opties:
Doorstromen naar de havo
Met een vmbo-tl-diploma en goede cijfers kun je doorstromen naar de havo. Hier ga je verder in op de stof die je al leerde op het vmbo. Er is dus meer verdieping, maar ook meer theorie. Hou hier dus rekening met meer huiswerk en leerstof voor toetsen. Als je goed bent in leren of een opleiding wil doen op het hbo, dan is dit een logische stap.
Wel leiden er meerdere wegen naar Rome. Zo was dit voor Kim geen optie. Ik wist vooral wat ik níét wilde,” vertelt ze. Is veel theorie leren niks voor jou? Dan kan je ervoor kiezen om een schakeltraject te volgen. Zo doe je alsnog de nodige vakkennis op voor de toelating tot een hbo-opleiding.
Schakeltraject
Twijfel je tussen havo en mbo, of voel je je nog niet helemaal klaar voor de volgende stap? Dan is een schakeltraject een optie. Daarmee werk je aan extra vakken of studievaardigheden. Zo ga je beter voorbereid verder en verklein je de kans dat je vastloopt.
Mbo
De meeste vmbo’ers kiezen voor het mbo. Daar leer je een beroep en combineer je lessen met praktijk en stage. Je kan kiezen voor een mbo opleiding op niveau 1, 2, 3 of 4.
Uiteindelijk koos Kim voor de mbo-opleiding Persoonlijk Begeleider Gehandicaptenzorg aan het ROC in Leiden. “Ik wilde me verdiepen in het verzorgen van mensen met een beperking. Mensen helpen past gewoon bij mij.”
De overstap vond ze spannend: een groter gebouw, nieuwe klasgenoten en meer zelfstandigheid. Toch viel dat mee. “Docenten begeleiden je stap voor stap,” zegt ze. Wat Kim vooral fijn vond, was dat iedereen in de klas dezelfde interesse had en dat de lessen direct over het beroep gingen.
Leren door te doen
Een belangrijk verschil tussen vmbo en mbo is de praktijkgerichtheid. “We hadden veel creatieve vakken. Een keer gingen we knutselen,” zegt Kim lachend. “Dat klinkt misschien kinderachtig, maar zo leerden we hoeveel handelingen voor ons vanzelfsprekend zijn. Voor mensen met een beperking is dat helemaal niet zo.”
Op het mbo zit je meestal nog gewoon in een klas, net als op de middelbare school. Alleen bij keuzevakken kom je soms andere studenten tegen.
Meer zelfstandigheid
Op het mbo wordt er meer van je verwacht. “Bij projecten staat de docent meer op afstand. Je moet zelf uitzoeken hoe je bijvoorbeeld mensen benadert voor een enquête.”
Ook gelden er duidelijke regels, vooral bij praktijklessen. “In de zorg moet je hygiënisch werken. Haar in een staart, geen nagellak en korte nagels. Voldoe je daar niet aan, dan mag je de les niet in.”
Stage
Een groot verschil tussen vmbo en mbo zijn de stages. “In het eerste jaar moest ik al meteen solliciteren voor een stage. Dat vond ik lastig. Wat zet je op je cv als je nog weinig ervaring hebt?”
Na een spannend sollicitatiegesprek werd Kim aangenomen. “Achteraf vond ik de stages het leukste onderdeel van mijn opleiding. Ik ontdekte dat ik echt van dit werk hou.”
Van mbo naar hbo
Door haar positieve ervaringen besloot Kim door te studeren. “Ik volg nu de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan Hogeschool Leiden. Zonder het mbo had ik dit nooit zo duidelijk geweten.”
Kim heeft nog een geruststellende boodschap voor twijfelende eindexamenleerlingen: “Probeer je niet te druk te maken. Iedereen begint opnieuw en zit in hetzelfde schuitje. Je maakt snel nieuwe vrienden en docenten helpen je in het begin goed op weg."
Wil je je beter voorbereiden? Ga dan vooral naar open dagen. Daar kun je studenten en docenten vragen wat je kunt verwachten en ontdekken wat het beste bij jou past. Zo maak je een keuze waar jij je goed bij voelt.