Watermanagement

Hoe kunnen mensen over de hele wereld veilig en comfortabel leven in lager gelegen deltagebieden? En hoe zorgen we ervoor dat de waterkwaliteit goed blijft? Dat is de kern van de studie Watermanagement. Als gevolg van klimaatveranderingen en bevolkingsgroei krijgen laaggelegen deltagebieden steeds meer problemen met water. Bijvoorbeeld overstromingen door de stijgende zeespiegel of door stevige regenbuien.

Er vallen drie differentiaties onder Watermanagement: Water in de leefomgeving, Aquatische Ecotechnologie en Deltamanagement.

  • Water in de leefomgeving: Je wordt vanaf het eerste jaar opgeleid als watermanager in de stad. Je beheert en bedenkt oplossingen voor bijvoorbeeld wateroverlast na hevige regenbuien. Je bent ook bezig met water als infrastructuur en als recreatiemogelijkheid. Ook een goed werkende riolering en de beschikbaarheid van drinkwater is van belang. De studie ligt in tussen ruimtelijke ontwikkeling en civiele techniek. Als watermanager begrijp je de techniek achter het werken met water en kun jij bedenken waarom voor een bepaalde oplossing of plek wordt gekozen.
  • Deltamanagement: Na je propedeuse kun je voor deze differentiatie kiezen. De nadruk ligt daarbij op de bestuurlijke kant van de inrichting van (internationale) deltagebieden; dat zijn gebieden tussen rivieren, zoals de Zeeuwse delta. Deltamanagement is vergelijkbaar met technische bedrijfskunde, maar dan gericht op waterrijke gebieden. Je bekijkt samen met meerdere partijen hoe een delta ingericht kan worden, om in te leven, voor bedrijven, maar ook ecologisch verantwoord. Het is dus belangrijk dat je goed met mensen kunt omgaan. Deltamanagers kunnen later ook makkelijk in het buitenland werken. De studie is volledig in het Engels.
  • Aquatische Ecotechnologie: Na je propedeuse kun je voor deze differentiatie kiezen. De differentiatie richt zich voornamelijk op het natuurlijk evenwicht tussen planten en dieren in het zeewater, grondwater en oppervlaktewater. Je onderzoekt de waterkwaliteit en het leven in het water, maar ook verdroging in bepaalde gebieden en de daardoor uitstervende planten- en diersoorten. Je denkt mee over de inrichting en functie van het gebied. Vanaf het derde jaar is de studie volledig in het Engels.