Fashion and Textile Technologies

Bij de studie Fashion & Textile Technologies komen vele facetten van de modewereld aan bod. Bijvoorbeeld de creatieve richting van mode en designontwerp of de technische variant waarbij de nadruk ligt op de productie en textiele materialen. Veel aandacht is er voor management en commercie.

Je kunt kiezen uit de volgende differentiaties:

  • Amsterdam Fashion Institute (AMFI): Dit is de creatievere variant. Je kiest direct voor een van de richtingen zoals design (ontwerpen), management (het leiden van een organisatie) of branding (opzetten van een eigen merk). Commercie speelt bij alle drie een grote rol. Verwant zijn de modeopleidingen aan kunstacademies, al zijn die meer gericht op creativiteit en minder op het modevak.
  • Technische Commerciële Textielkunde: Dit is de technische variant. De nadruk ligt op de textiele materialen en de productie. Je kunt je binnen deze differentiatie richten op e-commerce, detailhandel, marketing, opbouw van collecties, confectie en design. Je kunt ook kiezen voor de productie en functionaliteit van materialen en grondstoffen. Daarbij moet je niet alleen aan mode denken, maar ook aan het ontwikkelen van beschermende kleding voor de brandweer, politiepakken, kunstgras of de dakbekleding van een auto. Ook onderzoek in het laboratorium van materialen hoort daarbij.

Omdat de modewereld per definitie internationaal is, komt er veel Engels in de studie voor. De studie is in het Engels of in het Nederlands te volgen. Sommige studenten doen een master in het buitenland, dat is onder meer mogelijk in Duitsland, Zweden en Denemarken.

Kwaliteiten
De aanmeldingen zijn vaak fors bij deze opleidingen. Er vindt een selectie plaats, maar daarna vallen veel studenten alsnog uit omdat zij zich erop verkijken. Voor het creatieve proces moet je stevig in je schoenen staan. Soms moet je bereid zijn je sociale leven even in de koelkast te zetten om een van de vele deadlines te halen.

Toelatingseisen
Voor de studie gelden geen extra eisen behalve dat je wiskunde A of B in je havo C&M-profiel moet hebben.

Let op: Instellingsfixus
Bij sommige onderwijsinstellingen is voor deze studie decentrale selectie van toepassing.