Bewegingswetenschappen

De studie Bewegingswetenschappen leert je het menselijk bewegen te bekijken vanuit verschillende invalshoeken. Zo kun je met een medische blik naar het menselijk lichaam kijken maar ook op een natuurwetenschappelijke of gedragswetenschappelijke manier. Je leert hoe het menselijk lichaam in elkaar zit, bestuurd wordt, beïnvloed wordt door externe factoren en welke problemen er op kunnen treden. Je verdiept je in zaken als ergonomie, sport en de gezondheidszorg. De studie is vooral gericht op het doen van onderzoek. Je krijgt te maken met vragen als: Hoe kan een rolstoelgebruiker een rolstoel optimaal gebruiken zonder last te krijgen van zijn armen? Hoe kunnen bestaande revalidatiemethoden verbeterd worden? Hoe kun je als maatschappij obesitas tegengaan?

Tijdens de studie is veel aandacht voor de ontwikkeling van je academische onderzoeksvaardigheden. Je krijgt vakken over statistiek en leert allerlei specialistische computerprogramma’s te gebruiken. Tijdens practica kom je ook wel eens in de snijzaal. Verder is er aandacht voor de ontwikkeling van je klinische vaardigheden: sommige afgestudeerden willen een therapeutische functie gaan uitoefenen (bijvoorbeeld psychomotorisch therapeut). In het curriculum staan verder vakken als zenuwstelsel, anatomie, neurologie, bewegingsapparaat, psychologie en motoriek.

Om toegelaten te worden tot de studie moet je op de middelbare school een natuurprofiel met biologie en natuurkunde gevolgd hebben. Bewegingswetenschappen is immers een pittige bètastudie. Ook een goede beheersing van het Engels is een pre voor het doen van wetenschappelijk onderzoek.