Lerarenopleiding Basisonderwijs

Na je studie Lerarenopleiding Basisonderwijs (kortweg: pabo) kun je lesgeven aan kinderen tussen de vier en twaalf jaar oud. Je bent niet alleen leraar in de schoolvakken, maar ook opvoeder en rolmodel. Naast vakkennis krijg je ook les over de psychische ontwikkeling van kinderen en de manier waarop zij leren. Ook eventuele leer- of gedragsproblemen komen aan de orde. Vakken die je kunt verwachten zijn taal, rekenen, schrijven, aardrijkskunde, tekenen en handvaardigheid, pedagogiek, onderwijskunde en psychologie. Tijdens de studie ligt veel nadruk op communicatieve en sociale vaardigheden. Je moet immers zowel met collega’s als met ouders overweg kunnen. Ook is het handig als je goed kunt organiseren. Een groot deel van de studie is praktijkgericht in de vorm van stages en projecten. Studenten die later op een Vrije School, in het Montessorionderwijs of in het christelijk onderwijs willen lesgeven, kunnen een aparte pabo-opleiding volgen. Zij kunnen ook later een certificaat halen. Het Daltononderwijs is een specialisatie van de gewone pabo.

Toelatingseisen: Je wordt toegelaten met alle profielen, maar het kan zijn dat je voor sommige vakken een toelatingstoets moet doen, wanneer je er geen eindexamen in hebt gedaan. Dat geldt voor de vakken Aardrijkskunde, Geschiedenis en Natuur en Techniek. Voor Natuur en Techniek beschik je over voldoende kennis als je eindexamen hebt gedaan in Biologie of Natuurkunde. Je kennisniveau van deze vakken moet voor aanvang van de opleiding 3-havo of vmbo-tl zijn.

Bijzonderheden: Als je in het onderwijs wil werken, moet je een VOG (een verklaring omtrent gedrag) aanvragen. Dat is een bewijs dat je geen strafbare feiten hebt gepleegd.