Taalwetenschap

Tijdens de studie Taalwetenschap onderzoek je de regels en structuur van taal, bestudeer je hoe mensen taal gebruiken en bekijk je hoe dit verschijnsel zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. De studie is een brede studie waarbij je alle kanten van taal onderzoekt. Zo kijk je naar de sociale kant van taal, leer je over uitspraak en klank en bestudeer je hoe jouw spraakorganen werken. Aangezien je ook veel leert over hoe jouw hersenen werken, wordt de studie Taalwetenschap gezien als een combinatie tussen bèta en alfa. Zo leer je bijvoorbeeld wat er mis kan gaan met taal bij hersenbloedingen of hoe het verwerken van taal in de hersenen gaat terwijl je een zin leest of hoort. Over het algemeen kom je veel te weten over taal, met het doel om het gebruik en de structuur ervan te proberen te begrijpen.

In je eerste jaar

In het eerste jaar van de studie Taalwetenschap leg je een sterke theoretische basis. Je oefent vaardigheden die je nodig hebt als taalwetenschapper. Daarnaast houd je je ook bezig met vraagstukken als ‘Hoe zijn zinnen opgebouwd?’ en ‘Wat gebeurt er in je hersenen als je praat?’. Je krijgt vakken als Psychologie van taal en Sociolinguïstiek. De inhoud en het aanbod kunnen per onderwijsinstelling verschillen.

Toelatingseisen

Met elk vwo-eindexamenprofiel ben je direct toelaatbaar tot de studie Taalwetenschap. Biologie in jouw pakket is handig, aangezien een groot gedeelte van de studie ook over de werking van de hersenen gaat.